Verslag van Sneem – Tramore

Route: Vanuit Sneem de N70 richting Kenmare, in Kenmare de N71 volgen richting Glengariff en Gougane Barra en Bantry. Na Bantry de R586 volgen richting Cork deze weg komt o.a. door Drimoleague en Dunnanway tot Bandon. Bij Bandon de N71 op tot in Cork, na de korte stadsrondrit de N25 op richting Midleton daar waar de Jameson Whiskey fabriek is. Na het bezoek de N25 volgen richting Waterford, bij Butlerstown de R682 op om in Tramore te komen. (plm. 285 Km)

Verslag: Vandaag staan we om 6.30 uur op. Dit was onze laatste nacht in Sneem. We zijn benieuwd waar we vanavond slapen. We zijn te zeer verwend met ons appartement. Om even voor 7.00 uur staat Richie met de bus voor de appartementen om de koffers in te laden. We kunnen dan om 7.15 uur aan tafel voor het ontbijt. Een van de serveersters komt nog even met ons praten. Ze verteld ons dat ze niet had gedacht dat we al zo oud waren dat we 25 jaar getrouwd waren. We hebben haar nog hartelijk bedankt voor het nagerecht waar ze voor gezorgd had. Er is veel buitenlands personeel hier in de vakantietijd werkzaam (Poolse, Tsjechische enz.)Na afscheid te hebben genomen van het personeel vertrekken we om 8.00 uur.

Vanuit Sneem vertrekken we via Kenmare naar Glengariff. Onderweg maken we nog enkele mooie foto’s. Vlak voor Glengariff komen we door 3 tunnels. Trees geeft aan dat er een de liefdestunnel is. Ze zal het sein geven als men elkaar kan kussen. Bij het ja van haar, zitten we te lachen om de opmerkingen die er door de bus gaan. Bij Glengariff ligt een boot klaar waar we een stukje mee gaan varen. We zien onderweg zeehonden. Dit is de grootste zeehonden kolonie van Ierland. We zien zelfs een zeehond met zijn jong. De kapitein vaart langzaam om de zeehonden heen zodat we foto’s kunnen maken.

Dan komen we aan bij Illnaculin, Garinish Island. We zijn vandaag zo vroeg dat het personeel met ons is meegevaren. Zij moeten nog eerst alles openen zodat we het eiland kunnen gaan verkennen. Het kleine eilandje (15 Hectares) is in het begin van de 20e eeuw omgetoverd in een Italiaanse tuin. De ontwerper was Harold Peto, hij importeerde allerlei kleurrijke Middellandse Zee planten, niet eerder gezien in Ierland, en deze floreerden uitstekend op dit eiland. We zien varens uit Australië van wel 4 meter hoog. Het is hier op het eiland een subtropisch klimaat. Dit komt door de luchtstroom die over het eiland gaat. Het is hier mooi om te wandelen. Je komt een trap tegen van 65 treden (foto 23 en 25). Aan het einde van onze wandeling nemen we nog een pauze. Eten en drinken nog iets en gaan dan met de boot terug naar Glengariff.

We maken bij Gougane Barra een tussenstop om te eten. Mels en Toos wandelen eerst naar het kerkje. Het is een klein kapelletje. St. Fin-Barr’s kapelletje. Als we hier verder wandelen, vinden we een omringde (stenen muur) kruisweg (foto 33 en 34) in de buitenlucht. Net voor dat we het hek uitlopen zien we een bron waar mensen flessen vullen met het bron water. We lopen terug naar het restaurant waar iedereen zich weer bij de bus verzameld.

We rijden dan door naar Cork. De stad is door de eeuwen heen telkens opnieuw opgebouwd na aanvallen van o.a. Vikingen en Noormannen. Tijdens de Ierse oorlog voor onafhankelijkheid in 1920 werd de stad grotendeels verwoest door een brand die werd gesticht door het Britse leger, The Burning of Cork, en tijdens de korte Ierse burgeroorlog daarna was de stad voor een tijd bezet door Republikeinse troepen. De stad had ooit een stadsmuur en een netwerk van grachten, maar daar zijn alleen nog delen van over. Men kan die terug vinden in een winkelcentrum. Mels koopt in een juwelierszaak oorbellen voor Toos. Ze hebben het symbool wat ook op ringen staat als men zich verlooft in Ierland. Tweehanden die een hartje vasthouden met een kroontje erop. Langzaam wandelen we terug naar de bus. Even met elkaar bewonderen wat een ander gekocht heeft

We rijden nu naar een plek waar Mels de hele reis al naar heeft uitgekeken. Een Whiskey Distillery. We gaan naar The Jameson Experience in Midletown. Jameson is een Ierse Whiskey. Het bedrijf werd in 1780 in Dublin opgericht door John Jameson. In 1966 ontstond de Irish Distillers Group door een samenwerkingsverband tussen Cork Distillers, Jameson and John Powers. De distilleerderij in Midleton produceert de meeste Ierse Whiskey. Whisky (of Whiskey) is een sterke drank die gemaakt wordt van gemout graan, waarbij malt Whisky gedistilleerd wordt van gemoute gerst in een potketel en grain Whisky ook van andere graansoorten (voornamelijk maïs) in een kolomketel. De naam komt van het Iers-Gaelische Uisce (of Uisge) Beatha (uitspraak iesjkje bjaha) en het Schots-Gaelische Usquebaugh, wat “levenswater” betekent. Van de gemoute gerst wordt een beslag gemaakt, dat men vervolgens laat gisten en dat met een alcoholpercentage van ongeveer 7,5% wordt gedistilleerd. Het distilleren wordt afhankelijk van het gebied 2 (Schotland) of 3 (Ierland) maal gedaan. Dit product (“moutwijn”) bevat nu ongeveer 70% alcohol en wordt teruggebracht naar 65% om daarna gelagerd te worden in bourbon- of sherryvaten. Na minimaal 3 jaar mag het Whisky genoemd worden en wordt het gebotteld. Anders dan met wijn stopt het smaakveranderingsproces nu en is de drank lang houdbaar zonder smaakverlies.

We krijgen hier eerst een film te zien en daarna krijgen we een rondleiding over het terrein waar vroeger de Whiskey werd gemaakt. We zien de grootste distilleerketel ter wereld ( foto 63), het 160 jaar oude waterrad (foto 56) en de oorspronkelijke gebouwen van de distilleerderij. Na de rondleiding worden 8 vrijwilligers gevraagd om mee te doen aan het proeven van Whisky. 5 dames (Marijke, Elly, Ria, Coby en Marja) en 3 heren (Daan, Hans en Mels). Deze acht personen mochten plaatsnemen aan een tafeltje en hadden toen ieder 3 glaasjes Whiskey voor zich staan. (Amerikaanse, Ierse en Schotse) Men kreeg te horen in welk glaasje welke Whiskey zat. Proeven en met water naspoelen. Later werd hun gevraagd welke Whiskey men het lekkerste vond. Na afloop kreeg men een certificaat (foto 79) waarop staat dat Mels Huijbers een gekwalificeerd Whiskey proever is. Ieder kreeg nog een glas Whikey van het huis en als men dit niet wilde kon men sinaasappelsap krijgen. Even door de winkel lopen waar men nog enkele dure flessen wijn kan zien en kopen.

Terug naar de bus. We gaan dan naar Tramore voor de komende 2 overnachtingen. We overnachten in het Grand Hotel. Het was een lange dag maar we hebben wel een voldaan gevoel. We hebben het avondeten op 19.30 uur staan. Mels: champignonsoep, rundvlees + erwtjes en maïs + aardappelen, coupe Hawaï. Toos: Champignonsoep, kip + erwtjes en maïs + aardappelen, coupe Hawaï. Na het eten nog even over de kermis lopen. Deze is er het hele jaar. Sommige attracties lijken zo uit de jaren 60 te zijn weggelopen. Er zijn ook moderne kermis attracties aanwezig. Nog even naar de zee kijken en dan de tocht terug naar het hotel. Dit is een zware klim want we liggen met ons hotel boven op een berg. Dus een echte kuitenbijter. Naar de kamer en naar bed. Morgen weer een dag.